transportveiligheid rss feedtransportveiligheid op linkedin

Home | Bijeenkomsten | Spoor | 15 september 2011

VERSLAG - bijeenkomst "Veiligheid op het Spoor"

Let op: opent in een nieuw venster Afdrukken

SPOORVEILIGHEID KAN NIET ZONDER CENTRALE REGISSEUR

We weten in Nederland inmiddels vrij goed wat er moet gebeuren om te komen tot meer veiligheid op het spoor en wat er nodig is voor een efficient optreden in geval van calamiteiten. Alleen doén we het nog niet. Dat komt mogelijk door het ontbreken van een centrale regisseur, zo bleek tijdens de recente de themabijeenkomst ‘Veiligheid op het spoor’.




Het venijn zit vaak in de staart. Het gelijk van dit gezegde werd tot twee maal toe bewezen tijdens de themabijeenkomst ‘Veiligheid op het spoor’ georganiseerd door Platform Transportveiligheid en Relevant, netwerk externe veiligheid. Beide organisaties vinden het belangrijk om te komen tot méér spoorwegveiligheid. Maar hoe? Het vinden van een antwoord op deze vraag, of tenminste het geven van een aanzet hiertoe, was het vertrekpunt van de bijeenkomst op 15 september in Den Bosch.

Het uitwisselen van kennis en ervaringen draagt in belangrijke mate bij aan het vinden van oplossingen voor geconstateerde knelpunten, zo is het uitgangspunt van zowel het Platform als van Relevant. In dit geval was er een wel heel directe aanleiding, namelijk het rapport ‘Zelfredzaamheid bij brand in een spoortunnel’ dat op verzoek van de minister van Infrastructuur en Milieu is opgesteld onder auspiciën van het Platform Transportveiligheid. Het rapport is in april is gepresenteerd. Aanleiding was de bijna-ramp in de Schipholtunnel op 2 juli 2009 als gevolg van in brand gevlogen zwerfvuil. Daarbij bleek de communicatie tussen de betrokken spoorwegpartijen en de hulpverlenende organisaties zacht gezegd slecht te verlopen. Was de brand in de tunnel waar op dat moment een trein stil stond niet vanzelf gedoofd, dan zouden de gevolgen mede vanwege deze gebrekkige communicatie waarschijnlijk desastreus zijn geweest.

Het rapport bevat diverse aanbevelingen voor verbeterpunten die de minister één op één heeft overgenomen. Tevens heeft de minister het Platform gevraagd de uitvoering van de verbeterpunten te monitoren. Centrale vraag tijdens de bijeenkomst in Den Bosch was dan ook hoe de veiligheid op het spoor inclusief de aanpak van calamiteiten op een juiste manier vorm kan worden gegeven. Deskundigen namens de Veiligheidsregio’s, ProRail, NS, de rijksoverheid, de gemeentelijke overheid en de vakbeweging droegen een breed scala aan oplossingen aan, maar de klap op de vuurpijl kwam tijdens de vijfde en laatste inleiding die werd verzorgd door twee vertegenwoordigers van de Inspectie voor Verkeer en Waterstaat en de Inspectie voor Openbare Orde en Veiligheid.

‘Voor de Inspecties is de grens bereikt’, zo luidde de prikkelende naam van hun inbreng. Wat bleek? Aan de hand van gedocumenteerde voorbeelden toonden de beide inspecteurs aan dat het gros van de oplossingen nu worden aangedragen, ook al bedacht zijn na eerdere calamiteiten op het spoor. Dat de communicatie en taakverdeling tussen spoorvervoerders, de railinfrabeheerder en hulporganisaties beter moet en kan, bijvoorbeeld, was precies tien jaar geleden ook al een aanbeveling. Net zoals de conclusie dat alle mogelijke betrokken partijen bij een calamiteit beter gaan samenwerken wanneer zij samen calamiteitenoefeningen uitvoeren. Ook voorlichting aan de treinreiziger over hoe te handelen in geval van een calamiteit is een suggestie uit de oude doos.



Gemeenschappelijke verantwoordelijkheid Spoorwegveiligheid is een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van álle partijen, zo betoogden de inspecteurs, te bewerkstelligen in bijvoorbeeld het samen opstellen van calamiteitenplannen, het samen oefenen van de aanpak bij calamiteiten en het samen overleggen over de wederzijdse verantwoordelijkheden. De vraag waarom dit alles ondanks de bewezen noodzaak toch alsmaar niet lukt, hing als een donkere wolk boven het vervolg van de bijeenkomst bestaande uit discussies aan de hand van stellingen verdeeld over vijf themagroepen.

Bij de plenaire terugkoppeling van de bevindingen van de discussiegroepen, bleek dat er volgens de aanwezigen goede stappen zijn of worden gezet. Zie bijvoorbeeld de eerder genoemde aanbevelingen, maar ook de komst van een Basiswet Spoor, Trein Incidenten Scenario’s en een Calamiteitenplan Rail, om maar enkele voorbeelden te noemen. De vraag wie nu eigenlijk in the lead is bij calamiteiten, bleef echter onbeantwoord. Een bijkomend probleem is en blijft het op elkaar afstemmen van de diverse aanpakken en voorschriften. Zo mag de brandweer volgens het ene scenario te allen tijde een brandende tunnel in, terwijl een ander scenario voorschrijft dat eerst de elektriciteit van de leidingen af moet. Maar in dat geval kan de trein niet op eigen kracht de tunnel uit rijden, en dat is wat conform de jongste plannen nu juist weer wel heel wenselijk is. Zo zijn er meer voorbeelden te noemen van strijdige regels.



De bijeenkomst in Den Bosch vormde een ideale mogelijkheid voor het trekken van eenduidige lessen. Maar alles bij elkaar opgeteld, resteerde slechts één conclusie: we weten feitelijk al langer heel goed hoe het beter kan en moet, maar bij gebrek aan een goede afstemming komt het er niet van. Om echt tot daden te komen is het belangrijk gemeenschappelijke doelen te benoemen en afspraken te maken hoe die doelen kunnen worden bereikt. Dat de partijen hier alsmaar niet in slagen, heeft waarschijnlijk te maken met het laten prevaleren van vooral de eigen belangen. Hoe deze impasse te doorbreken? Ook hier bleek het venijn in de staart te zitten en diende zich kort voor de afsluiting van de bijeenkomst een aanzet voor een oplossingsrichting aan in de persoon van een vertegenwoordiger van een chemisch bedrijf die uitlegde hoe zijn organisatie wél tot een goed veiligheidsplan heeft kunnen komen. Hij riep de partijen op afstand te nemen van het Angelsaksische model gericht op korte termijn visies en snelle winsten. In Nederland voelen we ons beter thuis bij het Rijnlandse model, zo betoogde hij, met lange termijn visies en gericht op overleg conform het in brede kring geroemde poldermodel. En, zo bepleitte hij tot slot, om tot een echt veilige spoorsector te komen, is een centrale regisseur nodig die het voortouw neemt.

Deze conclusie werd instemmend begroet door de inspectiediensten en de overige aanwezigen. Het is echter niet een taak van de inspectiediensten om een dergelijke regisseur aan te wijzen. Dat zullen de betrokken partijen zelf moeten doen. Maar de vraag bleef onbeantwoord of dat een persoon of een partij moet worden, en of die binnen of buiten de kring van de betrokken spoorbedrijven en hulpverleningsorganisaties moet worden gezocht. Dit laatste is een vraag die meegenomen zal worden naar een volgende bijeenkomst over incidentbestrijding, deze keer samen met het platform Industrie van Platform Transportveiligheid. Dat is op 9 november aanstaande. Dan wordt er ongetwijfeld dieper ingegaan op nu gebleken noodzakelijke rol van een centrale regisseur als het gaat om veiligheidsvraagstukken waarbij verschillende partijen betrokken zijn. Wordt dus vervolgd.

 

QUOTES

Chris Dekkers
"Zorgelijk dat het Veiligheidsberaad nog niet definitief is ingericht. Dit bemoeilijkt het maken van landelijke afspraken."

Arie-Jan Arbouw
"Blijf het gezonde verstand gebruiken. Begrens het vervoer van gevaarlijke stoffen (per traject) en begrens bebouwing langs het spoor."

John Foxen
"Seinen zijn Heilig."
"Als er bij brand in een spoortunnel toch door rood moet worden gereden, mag daarop geen disciplinaire straf volgen."

Michiel Zonnevylle
"Nieuw spoormaterieel heeft al wel noodremoverbrugging. Moeten we niet gaan nadenken over de inzet van nieuw materieel in spoortunnels?"

Maikel Tenpierik
"ProRail werkt sinds mei 2011 met de verfijnde Trein Incident Scenario's (TIS). Het wachten is op landelijke invoer van deze verfijnde TIS. In 2012 worden deze verfijnde TIS door het NIFV en Platform Transportveiligheid geëvalueerd."

John Sevenstern
"Er moet nu wat veranderen! Personeel moet opgeleid en geoefend worden in calamiteiten die nu voorbijkomen."

Frans de Bruijn
"Verantwoordelijkheid is een moeilijke discussie. Moet het dan maar via partnerschappen en convenanten?"

John Sevenstern en Frans de Bruijn
"Doel van de inspecties is een veilige omgeving voor passagiers, hierin gaat de inspectie hand in hand met het rapport "Zelfredzaamheid bij in brand in Spoortunnels" van Platform Transportveiligheid.*


* Dit rapport is in opdracht van Platform Transportveiligheid opgesteld door prof.dr. Ira Helsloot en zijn medewerkers van Crisislab.