Uitgebreid verslag Veiligheid op het Water
Mogelijke rol platform bij (noodzakelijke) verbinding publiek-privaatAlle hens aan dek op het water

Zowel bij de binnenvaart als de hulpverlening bestaat er grote behoefte aan een verbindende partij Het Platform Transportveiligheid is mogelijk dé organisatie om bruggen te slaan tussen de publieke en private sector waar het de veiligheid op het water betreft. Beide sectoren zijn op elkaar aangewezen om noodzakelijke veranderingen en verbeteringen door te voeren. Daarbij groeit de behoefte aan een verbindende partij.Het Platform Transportveiligheid is mogelijk de organisatie om op te treden als verbindende partij.
Dit bleek 5 november tijdens de drukbezochte kennisnetwerkbijeenkomst van het Platform Transportveiligheid in Arnhem. Centraal stond het thema veiligheid op het water. Anno 2010 gaat 40 procent van het goederentransport in Nederland over water, waaronder steeds meer gevaarlijke stoffen. Daarnaast wordt het scheepvaartverkeer grootschaliger. En ook varen er steeds meer schepen. Kortom: de veiligheid op onze binnenwateren staat onder druk.
Tijdens de bijeenkomst gaven vijf gastsprekers met presentaties inzage in de manier waarop die nu is geregeld. Welke afspraken liggen er? Wat werkt goed? Wat kan en moet beter? Waar schort het écht aan? De conclusie aan het einde van de bijeenkomst: het is alle hens aan dek op het water. Op alle fronten is intensieve samenwerking noodzakelijk om verbeteringen te kunnen realiseren.
Dit geldt eerst en vooral voor het informatiebeheer en de uitwisseling van gegevens. Beide zijn onder de maat. Zo is het doorgeven van ladinggegevens van instanties naar schippers zeer gevoelig voor fouten, omdat bestaande digitale informatie opnieuw handmatig wordt ingevoerd en dan pas weer wordt doorgesluisd. Hierdoor weten schippers soms niet wat het precieze gewicht van hun lading is. Overslagbedrijven weten dat wel, maar mogen dat niet (altijd) zeggen. Toehoorders noemden deze gang van zaken anno 2010 “ onvoorstelbaar” .
Modernisering verkeersbegeleiding
Rijnvaartcommissaris (inter)nationaal veiligheidsbeleid Ivo ten Broeke van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) legde uit hoe internationaal afspraken worden gemaakt om via goede veiligheidszorg betrouwbare vaarwegen te creëren. Modernisering van de actieve verkeersbegeleiding is hiervan een onlosmakelijk onderdeel. “ We willen van elke container op de Europese binnenwateren de inhoud weten” , zei hij. “ Die informatie moet betrouwbaar zijn. Daarom moeten we toe naar een systeem waarmee vaarwegbeheerders de ladinginformatie elektronisch ontvangen.”
Ook Hans Blokland van het Comité voor de Binnenvaart Veiligheid (CBV) pleitte in zijn presentatie voor ingrijpende verbetering van de vervoersdocumentatie. Een werkgroep van het CBV heeft op dit moment een advies aan de minister van Verkeer en Infrastructuur in voorbereiding. Het concept is eind november gereed. Volgens Blokland zijn er veel gebreken. Eenheid in documentatie en uitwisselingsstandaarden ontbreekt. In diverse stadia van het vervoersproces is sprake van handmatige invoer van (lading)informatie. En de gegevens worden over veel partijen en veel informatiesystemen verspreid. Volgens hem moeten alle partijen juist kunnen putten uit één (elektronisch) informatiesysteem.
Maira van Helvoirt van brancheorganisatie Centraal Bureau Rijn- en Binnenvaart (CBRB) sprak in dit verband de wens uit te komen tot één InformatiePlein. Daar moeten alle belangrijke data (zoals ladinggegevens) elektronisch worden opgeslagen. Vervolgens kunnen alle partijen (rederijen, operators, private partijen, KLPD, zeehavenpolitie, ministerie en andere overheden) hieruit putten. Zo’ n systeem is hard nodig, meende ze. “ Op dit moment worden hele lijsten met containernummers nog overgetikt en per fax of mail doorgegeven, terwijl ze elektronisch beschikbaar zijn.”

Publiekprivaat
Om op het gebied van informatie-uitwisseling spijkers met koppen te slaan, moeten de overheid en de binnenvaartsector in publiekprivaat verband afspraken maken. Voor een maximaal resultaat moet dit bovendien multimodaal gebeuren. De vraag is alleen wel wie dat moet betalen, legde Peter de Bruijn van NoSe Innovations de vinger op een gevoelige plek. De overheid moet zwaar bezuinigen en als gevolg van de crisis maken rederijen en schippers ook zware tijden door. Nergens ligt momenteel een pak geld op de plank. En dat kan een stevig obstakel worden. Als voorbeeld gaf De Bruijn aan dat het invoeren van een eenduidige standaard voor containers een operatie wordt die miljoenen kost – en internationale consequenties heeft. “ Aan de ene kant is de regelgeving niet toereikend, aan de andere kant is er geen budget om dit vraagstuk ter hand te nemen” , aldus De Bruijn.
Volgens dagvoorzitter Jan de Ruiter mag het tekort aan geld geen excuus zijn. De portefeuillehouder Water toonde zich gevoelig voor de opmerking van De Bruijn dat het Platform Transportveiligheid zich wellicht kan opwerpen als ‘ Haarlemmerolie’ in de ruimte tussen de publieke en private sector en als onafhankelijke partij verbindingen kan leggen. “ Wij zijn graag bereid die rol te vervullen. Voel u niet geremd ons aan te spreken voor hulp bij stroperigheid of zaken die meer afstemming en samenwerking behoeven.”

Incidentbestrijding
Voordat hij die woorden sprak, waren ook de andere aspecten van veiligheid op het water ruimschoots aan de orde gesteld, inclusief alle knel- en verbeterpunten. Want veiligheid op water reikt verder dan betrouwbare ladinginformatie. Het is óók de zekerheid van adequate incidentbestrijding. Op schepen doen zich relatief weinig calamiteiten voor en het oefenen van calamiteiten op het water is geen prioriteit voor de hulpdiensten. Het gevolg hiervan is dat erdaar een kennistekort dreigt van de specifieke situatie aan boord van schepen. “ Die moeten we daar dus brengen. We moeten meer en vaker gegevens uitwisselen” , aldus CBRB- vertegenwoordigster Maira van Helvoirt.
Het begrip ‘ samenwerking’ kreeg daarmee verdere verdieping. Niet alleen is er de noodzaak van intensievere samenwerking tussen overheid en binnenvaart, hetzelfde geldt tussen hulpdiensten en binnenvaartsector en tussen hulpdiensten onderling. Bij incidentbestrijding op het water zijn meerdere instanties betrokken. Hoe complex dit is, bleek bij de presentatie van Han van Dijk. Hij is de eerste waterfunctionaris van Nederland en verantwoordelijk voor de incidentbestrijdingpslannen voor het IJsselmeergebied (IJsselmeer en Markermeer, plus alle grote randmeren). In totaal overlegt hij hierbij met meer dan twintig partijen, waaronder twaalf meldkamers. Zij moeten de plannen die in het project Waterrand (linken naar www.waterrand.nl????) zijn gesmeed nu ombuigen naar de praktijk(zie www.waterrand.nl) . Daarbij moeten de partijen over hun eigen schutting durven kijken, aldus Van Dijk. De crux: “ Samen Werken.”
Verantwoordelijk, maar afhankelijk
Ook de veiligheid van de schippers zelf speelt mee. Dat zij niet altijd over kloppende ladinggegevens beschikken, kan behalve voor de omgeving een persoonlijk gevaar opleveren. ,,De schipper is verantwoordelijk, maar hij is afhankelijk. Hij wordt niet altijd juist geïnformeerd en handelt dan op basis van onjuiste informatie” , aldus binnenvaartondernemer
Gjalt Vermeulen tijdens de plenaire discussie. Hij refereerde daarnaast aan een tekort aan veilige en over land bereikbare (vlucht)ligplaatsen voor binnenvaartschepen, die voor hulpdiensten ook over land goed bereikbaar zijn. Overigens heeft Rijkswaterstaat dit laatste punt momenteel in onderzoek.
Speciale aandacht was er voor passagiersschepen die de binnenwateren bevaren en (ook) minder zelfredzamen vervoeren. Een deel van de aanwezigen pleitte er aan het einde van de bijeenkomst voor dit punt toe te voegen aan de risico Top-5 van het CBV. In de Top- 5 staan nu achtereenvolgens onderhoud van schepen, communicatie (op en tussen schepen en tussen schip en wal), stabiliteit en stuwage, vervoersdocumentatie en menselijke fouten. Op het punt van de communicatie is volgens Hans Blokland van het CBV extra aandacht nodig voor taalbarrières die ontstaan doordat steeds meer Oost-Europese schepen de Europese binnenwateren bevaren. Schippers uit het voormalige Oostblok spreken volgens hem niet altijd (goed) Engels. Verder zet de 24-uurs economie en de toename van het aantal pleziervaartuigen op de binnenwateren de veiligheid op het water onder druk, zo stelde hij.
Dat de veiligheid van passagiers een hoge plaats op de lijst verdient, bleek uit de presentatie van Jan Kuyvenhoven van de Veiligheidsregio Gelderland-Midden. Volgens hem meren alleen al in Arnhem jaarlijks zeshonderd passagiersschepen aan, die tezamen 50.000 mensen vervoeren. Hij pleitte voor een nóg nadrukkelijker preventiebeleid, waarbij ook reisorganisaties en verzekeraars moeten worden betrokken. Zij moeten het ‘ veiligheidsbesef’ verder aanwakkeren. Strenge handhaving en meer opleiden en oefenen zijn daarbij belangrijk. ,,Want” , aldus Kuyvenhoven, “ nautische bemanningen kennen hun verantwoordelijkheden. Maar weten zij voldoende van hun passagiers om hen bij een calamiteit snel genoeg van boord te krijgen?”







